Wat doen tegen hardnekkig tandplak?

Tijdens een bezoekje aan de tandarts horen we vaak de term 'tandplak' vallen, maar wat is het precies? En wat kan je er het beste tegen doen?

Wat is tandplak?

Tandplak is eigenlijk een aanslag op je tanden nadat je gegeten hebt. Het is een soort beslag dat wordt afgezet op het tandoppervlak. Deze laag bestaat voornamelijk uit suikers, zuren, afvalstoffen, bacteriën en speekseleiwitten. Wanneer je deze tandplak niet verwijdert na elke maaltijd, worden er zuren gevormd en kan je tandvlees ontsteken. Als de tandplak langdurig niet verwijderd wordt, kan die calcificeren en zo verharden tot tandsteen. Dat kan je jammer genoeg niet meer verminderen door je tanden te poetsen, daarvoor moet je een bezoek brengen aan je tandarts.

Wat kan je er tegen doen?

  • Gebruik één keer per dag tandfloss of interdentale borsteltjes om de tandplak tussen je tanden te verwijderen.
  • Probeer na elke maaltijd of snack je tanden te poetsen, om mogelijk tandplak te verwijderen.
  • Gebruik wekelijks natriumwaterstofcarbonaat als mondspoeling of vervang twee keer per week je tandpasta door natriumwaterstofcarbonaat. Maak je tandenborstel eerst nat alvorens je dit poeder aanbrengt.
  • Poets je tanden op deze manier: begin met je tandvlees en werk zo naar de tanden toe.
  • Wees spaarzaam met zoetigheid. Eet niet te veel snoepjes, taart, frisdranken, gebak ... enzovoort, want deze voedingsmiddelen voeden de bacteriën die tandplak vormen.
  • Laat regelmatig de tandsteen verwijderen en ga zeker één keer per jaar naar de tandarts.

  • Onze tips om veilig te BBQ-en

    De zomer is in aantocht en dus worden de barbecues van onder het stof gehaald. Niets zo leuk dan vrienden of familie uitnodigen om een gezellige avond rond de barbecue door te brengen. Maar: ook niet ongevaarlijk. Hitte, vuur, een kleine onoplettendheid… daar kunnen brandwonden van komen. Zo voorkom én behandel je ze.

    Wist je dat de helft van de brandwonden ontstaat door de barbecue of de kolen aan te raken, kinderen die tegen een barbecue aanlopen of een barbecue die omvalt? Afstand houden is dus hét codewoord. Maar ook de barbecue op een foute manier aanmaken, waardoor vuur en vlammen ontstaan, is een hoofdoorzaak. Enkele tips om op voorhand al problemen te voorkomen:

    • Plaats de barbecue op een stevige, vlakke ondergrond en op een windvrije plaats.
    • Plaats de barbecue niet te dicht bij parasols, tuinmeubels, struiken, tenten of tafellakens.
    • Gebruik nooit methanol, benzine, brandgel of petroleum als aanmaakmiddel. In combinatie met vuur kunnen ze een steekvlam veroorzaken en zo ernstige brandwonden teweegbrengen.
    • Overgiet een brandende barbecue nooit met extra brandstof om het vuur aan te wakkeren. Blaas ook nooit zelf in het vuur om het aan te wakkeren, gebruik liever een blaasbalg of waaier.
    • Barbecuen op gas? Controleer de datum op de gasfles en zet die rechtop naast de barbecue.
    • Elektrische barbecue? Zet deze nooit in de buurt van water of een zwembad. Laat het snoer over de grond lopen en zorg dat niemand erover kan struikelen, zodat de barbecue niet om kan vallen.
    • Duid één verantwoordelijke aan voor de barbecue. Wie vlees bakt, drinkt niet: een soort ‘BOB’ dus. Zorg er ook voor dat er geen alcoholische dranken in de buurt van de barbecue staan. Door de hitte kunnen alcoholdampen ontvlammen.
    • Draag een linnen schort (nooit een synthetische) en gebruik handschoenen.
    • Prik niet in het vlees, dit kan spatten en extra vlammen veroorzaken.
    • Verplaats nooit een brandende barbecue.
    • Let op met kleine kinderen: de barbecue staat voor hen op gezichtshoogte. Houd kinderen (en ook huisdieren) dus uit de buurt van een brandende barbecue.
    • Houtskool blijft lang nagloeien. Zorg ervoor dat alles goed dooft, gebruik indien nodig zand of water.

    WAT ALS IEMAND ZICH VERBRANDT?

    Een ongeluk is snel gebeurd. Iemand liep brandwonden op aan de barbecue. Wat doe je?

    1. Water! De rest komt later. Brandwonden koel je onmiddellijk af door te spoelen met lauw water, gedurende minstens tien minuten. Dit kan gewoon met leidingwater. Laat het water rustig vloeien (geen harde straal) op de brandwonde.
    2. Bij een oppervlakkige brandwonde die kleiner is dan een stuk van 2 euro, breng je een laagje van een brandwondenzalf als Flamigel aan om uitdroging e pijn te voorkomen. Bevestig een gaaskompres met een kleefpleister of met een hydrofiele windel. Er bestaan pleisters die specifiek bedoeld zijn om brandwonden te verzorgen. Breng vier keer per dag een nieuw laagje zalf aan tot de roodheid en de pijn is verdwenen.
    3. Gaat het om een ernstige brandwonde, raadpleeg dan een arts.

  • Hoe lang is mijn zonnecrème eigenlijk bruikbaar?

    Ah, eindelijk is die winter voorbij. Hallo daar zon! En natuurlijk wil je je huid optimaal beschermen tegen de schadelijke uv-stralen. Maar kan je hiervoor eigenlijk nog die zonnecrème van vorig jaar gebruiken? Of is dat een superslecht plan?

    Zonnecrème beschermt je huid tegen de schadelijke uv-stralen van de zon. Hoe hoger de factor, hoe minder straling je huid bereikt.

    Maar inderdaad, de kwaliteit van deze bescherming gaat wel degelijk achteruit na opening van de tube of het potje. De bestanddelen gaan de uv-stralen dan veel makkelijker doorlaten. Of anders gezegd: de factor daalt. Maar dat het in een jaar tijd halveert, is dan weer overdreven.

    De vraag is dan: hoe snel dan wel?

    Wel, op iedere crème of melk staat (net zoals bij make up) een houdbaarheidsdatum na opening. Dit herken je aan de afbeelding met een geopend potje, waarbij dat bijvoorbeeld de vermelding “12m” staat. Dit betekent dat je het product 12 maanden na opening kan gebruiken.

  • Voedingspatroon om diabetes te voorkomen

    Bij diabetes, ook wel suikerziekte genoemd, kan je lichaam de bloedsuiker niet meer regelen. Dat gebeurt bij gezonde mensen met het hormoon insuline. Maar mensen met diabetes krijgen te weinig insuline of zelfs helemaal geen. Maar geen nood want door je voedingsschema aan te passen kan je dit vermijden. 

    Diabetes type 1 en 2

    Type 1: Het lichaam van mensen met diabetes type 1 maakt helemaal geen insuline meer aan. Dat komt doordat het afweersysteem per ongeluk de cellen die insuline aanmaken vernietigt. Daarom moet je een paar keer per dag insuline inspuiten of een insulinepomp dragen.

    Type 2: Bij dit type diabetes heeft je lichaam te weinig insuline en bovendien reageert het er niet meer goed op. Dat noemen we ongevoeligheid voor insuline. Mensen met type 2 krijgen meestal medicijnen en voedings - en bewegingsadvies. Soms moet je ook insuline spuiten. Diabetes type 2 komt het vaakst voor, vooral door overgewicht en weinig beweging. Ook mensen met een hogere leeftijd en een erfelijke aanleg lopen een groter risico.

    Voeding en diabetes

    Mensen met diabetes mogen bijna alles eten maar door slimme keuzes te maken, verloopt alles veel gemakkelijker. Waar moet iemand met diabetes extra op letten? Hier vind je veel informatie en geven we je praktische tips, zelfs wanneer je geen diabetes hebt.

    • Ga voor groenten. Gezond koken is een must, of je nu diabetes hebt of niet.
    • Kies bij pasta, rijst en brood voor de volkorenversie, en voor zilvervliesrijst. Daarin zitten veel vezels, waardoor de bloedsuikerspiegel langzamer en minder stijgt.
    • Vezels zijn oh zo belangrijk, eet daarom veel peulvruchten zoals erwten, linzen en bonen.
    • Gebruik niet te veel suiker, honing, siroop, stroop, witte pasta, witte meel, witte rijst of aardappelpuree. Er zitten veel ‘snelle’ koolhydraten in, waardoor de bloedsuikerspiegel omhoog schiet.
    • Gebruik roomboter, harde margarine, kokosvet, palmolie en cacaoboter met uitzondering. Hier zitten meer ongezonde, verzadigde vetten.

    • Probeer zo weinig mogelijk frisdranken, vruchtensapjes en alcohol te nuttigen. Vooral in alcohol zitten koolhydraten die je bloedsuikerspiegel doen stijgen.
    • Gebruik bij het bakken vooral gezonde, onverzadigde vetten. Dat is beter voor je hart en bloedvaten.

    • Goede soorten vet zitten in noten, vis, avocado en olijven. Een handjevol noten per dag is goed voor je bloedsuiker.

    • Eet niet te veel rood en bewerkt vlees. Kies bij voorkeur voor mager, wit onbewerkt vlees zoals kipfilet. Voor mensen met diabetes vergroot bewerkt rood vlees de kans op complicaties, zoals hart- en vaatziekten.

    • Te veel zout is niet goed voor de bloeddruk. Gebruik liever kruiden, specerijen, peper, azijn of citroensap, die geven ook veel smaak.

  • Lenzen dragen op het strand?

    Je vraagt je misschien af: “Kan ik wel met mijn lenzen in naar het strand?”. Lees hoe je je lenzen (en ogen) beschermt tegen zout water, zon, zonnebrandcrème en zand. Met praktische tips als er toch iets mis gaat, zoals zand of zout water in het oog. En een handig meeneemlijstje zodat je zorgeloos met je lenzen naar het strand kunt!

    Voor een bezoekje aan het strand kunnen lenzen gewoon gebruikt worden. Wel moeten we de lenzen (en onze ogen) beschermen tegen zout water, zon, zonnebrandcrème en zand.

    Zout water

    Voorkom dat zout water in je ogen komt door je hoofd boven water te houden, onder water je ogen gesloten te houden of met een goed aansluitend duikbrilletje te zwemmen. Een duikbrilletje is ook handig bij onverwachte en/of hoge golven. Je zou ook dag lenzen kunnen overwegen, vooral bij sportieve activiteiten zoals surfen, zodat je niet je (duurdere) normale lenzen kunt kwijtraken. Sommige mensen houden hun zonnebril op tijdens het zwemmen, dit kan soms ook het wegspoelen van lenzen voorkomen.

    Mocht er toch zout water in je ogen komen: maak de lenzen even schoon met lensvloeistof. Dan ook even de ogen spoelen met schoon drinkwater. Een andere optie is bij druppelen met oogdruppels (kunsttranen), dit kan ook helpen bij zweet in de ogen. Want we produceren ook zelf zout water (zweet). Voorkom dat dit in uw ogen komt door bijvoorbeeld een zweetband, zonneklep, pet of hoed.

    De zon

    Lenzen met een gecombineerd UV filter (A+B) beschermen de iris en de pupil, maar niet de rest van het oog en de huid eromheen. Een goede zonnebril met gecombineerd UV filter (A+B) is daarom aangewezen en beschermt ook deels tegen droge wind, stof en zand. Mochten uw eigen lenzen geen UV filter hebben dan kunt u dag lenzen (wegwerplenzen) met een UV filter overwegen.

    Ogen en lenzen kunnen wat droger aanvoelen bij grotere hitte en meer zon. Dan kunnen kunsttranen handig zijn. De lenzen een keer extra schoonmaken met lensvloeistof kan ook helpen.

    Zonnebrandcrème

    Je kunt het beste je lenzen in of uit doen voordat je aan de slag gaat met zonnebrandcrème. Zo voorkom je dat de beetjes crème die nog aan je vingers zitten in de poriën van de lenzen komen. Mocht dit toch gebeuren: even schoonmaken met lensvloeistof.

    Zand

    Zand in je ogen met lenzen in kan zeer pijnlijk zijn, vooral bij harde lenzen. Bescherm je ogen en lenzen met een wat grotere zonnebril. Mocht je toch je lenzen uit willen of moeten doen op het strand dan is het handig om een zonnebril op sterkte bij je te hebben.

    Als er toch zand in je ogen komt: doe je lenzen uit, spoel je ogen schoon met drinkwater en maak de lenzen schoon. Laat de ogen rusten door ze een paar minuten te sluiten. Als de ogen nu normaal aanvoelen kun je proberen de lenzen weer in te doen. Zorg dan wel dat je handen goed schoon zijn (geen zonnebrand meer erop). Als de ogen nog geïrriteerd zijn is het beter de lenzen uit te laten. Blijft de irritatie en/of pijn en/of heb je slechter zicht dan voorheen: consulteer dan zo snel mogelijk een (oog)arts.

    Handig om mee te nemen naar het strand:

    • Lenshouder / etui
    • Voldoende lensvloeistof
    • Oogspray of oogdruppels
      • voor droge ogen, bijvoorbeeld kunsttranen
      • voor geïrriteerde ogen
    • Reserve (zonne-)bril op sterkte
    • Duikbrilletje
    • (Extra) dag lenzen met gecombineerd UV filter (UV-A en UV-B)
    • Zonnebril met gecombineerd UV filter (UV-A en UV-B)
    • Flesje met schoon drinkwater
    • Hoofddeksel en/of zweetband